Eerder verschenen in het Algemeen Dagblad
Iemand stuurde me pas een persbericht over een proefschrift met de titel ‘Op zoek naar diermodellen voor mannelijke seksuele disfuncties.’ Wat moet ik daarmee, was mijn eerste reactie.
Ik ga er vanuit dat u, net als ik, vooral geïnteresseerd bent in de voor de mens relevante bevindingen van dergelijk onderzoek. Wat ratten van seks vinden, en hoe lang ze er over doen, is niet direct iets waar ik me vaak het hoofd over breek.
Gelukkig bleek men ook in dit onderzoek vooral aan het werk te zijn geweest met de seksuele problemen van mannen in het achterhoofd. In november promoveerde Johnny Chan er op, aan de universiteit van Utrecht.
Tien procent van de mannen heeft moeite om klaar te komen, 27% komt te snel klaar (ejaculatio praecox) en 10% heeft erectieproblemen. En dit betreft nog slechts Jan Modaal. Als je onder gebruikers van antidepressiva gaat kijken tref je heel veel hogere percentages erectieproblemen en onmogelijke orgasmen. Alleen de vroegtijdige zaadlozing wordt juist minder door het gebruik van bepaalde antidepressiva...
Toch zijn mogelijke seksuele problemen voor de meeste depressieve mannen meestal geen reden om medicatie te weigeren. Bij een serieuze depressies is er namelijk sowieso sprake van een verminderde interesse in seks, en op het moment dat een dokter begint over bijwerkingen op het seksleven is de reactie dan ook meestal: daar ben ik al helemaal niet mee bezig, met seks.
Als de antidepressiva hun werk doen, en de depressie verbleekt, komt de behoefte aan seks meestal terug. Antidepressiva nemen de zin in seks meestal niet weg. Als de uitvoering echter bemoeilijkt wordt door de medicatie, en dit geldt voor de meeste mannen, ontstaan er mogelijk problemen. De therapietrouw, toch al een gevoelig punt bij het gebruik van middelen tegen psychische klachten, komt vervolgens onder druk te staan. In sommige gevallen zijn de seksuele bijwerkingen een reden om met de antidepressiva te stoppen. Waarna de depressie helaas niet zelden opnieuw de kop opsteekt.
Het is dus van groot belang dat de arts die de antidepressiva voorschrijft voldoende tijd en aandacht besteedt aan dit onderwerp. In de praktijk gebeurt dit echter weinig, misschien ook wel omdat seksuele problemen geen onderwerp meer zijn aan de hand waarvan de diagnose depressie (mede) gesteld wordt. In het psychiatrische classificatiesysteem DSM-IV, dat door vrijwel iedere professional in Nederland wordt gebruikt, zijn seksuele problemen geen criterium voor de diagnose depressie. Terwijl de meeste mensen die depressief zijn er wel last van hebben. Hierdoor is de ongelukkige situatie ontstaan dat er vaak pas over seks gesproken wordt op het moment dat er pillen worden gebruikt die er ongunstige effecten op uitoefenen.
En dan hebben we het nog niet eens gehad over de vrouwen: het vrouwelijke orgasme mag dan wel niet van doorslaggevende betekenis zijn bij het in stand houden van de menselijke soort, dat betekent echt niet dat er niets aan gemist wordt. Veel vrouwen zijn er begrijpelijkerwijs aan gehecht. En ook bij hen is het klaarkomen een stuk lastiger tijdens gebruik van een antidepressivum.
Het is vooral jammer dat veel artsen niet weten hoe ze om moeten gaan met de seksuele bijwerkingen van de antidepressiva die ze voorschrijven. Terwijl er van alles mogelijk is: een dagje overslaan, een pilletje dat het seksuele functioneren stimuleert erbij, of over op een ander antidepressivum, dat geen of minder van dit soort problemen heeft.
De onderzoekers uit Utrecht hadden trouwens iets interessants ontdekt bij de ratten: het antibioticum clavulaanzuur zorgt er voor dat de beestjes vaker klaarkomen dan zonder dit middel. Proseksuele werking, heet dat. Wat de betekenis van deze bevinding voor de mens is weten we nog niet, maar wellicht moeten mensen die aan de antidepressiva zitten nu gaan hopen op een longontsteking ten gevolge van het winterweer...
Ga
HIER naar het betreffende artikel in Trouw